De wereld staat op zijn kop ...
Bron:Bayer zoethoudertje
Het zal je maar gebeuren. De ene dag stopt oma je nog
stiekem een extra snoepje toe en mag je op vakantie eens
wat vaker een ijsje of een snackje tussendoor, de andere
dag is iedereen in je omgeving ineens erg bezig met wat je
wanneer allemaal eet en soms slaan ze je zelfs over bij het
uitdelen van iets lekkers ! Je zult maar klein zijn en de
diagnose diabetes krijgen ... Afhankelijk van de leeftijd is
het besef bij een kind groter of kleiner dat de wereld dan op
zijn kop staat. Voor de ouders is het echter meteen
duidelijk : alles zal voortaan anders zijn ...
Een schok. Dat is het op z'n zachtst gezegd als je als ouders
hoort dat je kind diabetes heeft. De routine van het dagelijks
leven zal immers behoorlijk op de helling moeten en dat is
bepaald geen sinecure. Er gaat dan ook meestal wel wat tijd
overheen voordat een gezin weer een beetje in balans is. Bij alle
veranderingen die op hen afkomen, vallen veel ouders graag
terug op de steun van een diabetesverpleegkundige.
Angsten
Los van de energie die alle emoties kosten, is het voor ouders
ook nog eens hard 'studeren' om het fenomeen diabetes in de
vingers te krijgen. Ze moeten van alles leren over bloedwaarden,
hypo's en hypers, over insuline, suiker en koolhydraten. Ook
moeten ze het onder de knie zien te krijgen om hun kind insuline
toe te dienen en om vingerprikjes te geven. Voor veel ouders
een enorme drempel ... Je kind pijn doen: dat wil toch niemand.
Ongemerkt brengen ouders hun angst vaak over op het kind.
Als diabetesverpleegkundige kunt u hier een belangrijke rol
spelen. Uiteraard door ouders en kinderen de juiste techniek
voor prikken en spuiten aan te leren, maar ook door hen gerust
te stellen en te praten over hun angsten en onzekerheden. En
mochten de prik- en spuitsessies echt een drama blijven, dan
kunt u hen nog altijd de 'ontsnappingsroute' van een tijdelijke
onderhuidse verblijfscatheter als oplossing aan -
bieden.
Ook 's nachts...
Na een drukke dag het hoofd onbezorgd te rusten leggen,
is er voor veel ouders niet meer bij als hun kind
diabetes heeft. Juist 's nachts kunnen er
immers hypo's optreden,
zeker als een kind een zware middag of avond
heeft gehad of als de avond dosis insuline aan
de hoge kant was. Dat levert een constante spanning op.
Adviseer ouders daarom om de bloedglucose vlak voor het naar
bed gaan toch nog even te meten. Maak hen ook duidelijk dat
het helemaal niet erg is om bij twijfel 's nachts nog een keer te
meten. Als een kind daar eenmaal aan gewend is, dan is het
nauwelijks een onderbreking van de nachtrust. Ideaal is het
natuurlijk niet, maar het is ook wat waard dat je als ouders met
een gerust hart verder de nacht in kunt.
Geen uitzonderingspositie
Voor de ouders van een kind met diabetes zijn logeerpartijtjes
en verjaardagsfeestjes niet als vanzelfsprekend meer de
onbezorgde evenementen die het zouden moeten zijn. Er moet
eerst van alles geregeld worden en 'de ontvangende partij' moet
er open voor staan om alle instructies op te volgen. Vervolgens
moet je er als ouders dan maar op vertrouwen dat het allemaal
goed zal gaan. En ... dat 'de omgeving' ook goed weet te
handelen als het níet goed gaat. Het kind zal zelf ook merken
dat er een bepaalde vorm van stress rondom zijn of haar verblijf
buitenshuis hangt. Lastig, want kinderen willen niet graag een
uitzondering zijn. Het liefste zijn ze zoals alle andere kinderen.
Ook wat betreft eten en drinken. Als jij als enige géén koekje
mag, dan val je op, dan trek je de aandacht, dan gaan andere
kinderen vragen waarom dat niet mag.
En als je als enige juist
wel even iets moet eten, dan voel je je ook weer buiten
de boot vallen.
Met een beetje goede wil hoeven de gevolgen van diabetes
echter minder opvallend en dus minder ingrijpend te zijn voor
een kind. Het helpt bijvoorbeeld al als ouders en kinderen
assertief genoeg zijn of worden om duidelijk te maken welke
wensen en eisen ze stellen aan de manier waarop anderen met
diabetes omgegaan. Benadrukken dat het kind niet te veel in
een uitzonderingspositie moet worden geplaatst, is misschien
nog wel het belangrijkste. Zo is het bijvoorbeeld slim om een
kind altijd wat te laten eten als andere kinderen ook iets eten.
Zelfs bij onverwachte dingen als traktaties. Misschien stijgt de
bloedsuiker daar wat door, maar dat kan met een prikje in de
vinger makkelijk gecontroleerd worden. Niet leuk, zo'n extra
prikje, maar minder erg dan een kind te moeten uitleggen
waarom het wordt overgeslagen.
Dwang van de regelmaat
Wat veel ouders ook lastig vinden, is dat ze alles duidelijk
moeten plannen. Een dagje op stap met het gezin ? De
onvermijdelijke koelbox met insuline zal meemoeten, net als het
prikkoffertje en de druivensuiker. En dat allemaal bovenop
dingen als luiers en flesjes die jonge ouders tóch al mee moeten
zeulen. Ook de dwang van de regelmaat is vaak belastend,
zeker op momenten dat je het eigenlijk allemaal wat losser wil,
zoals bijvoorbeeld op vakantie. Vooral ouders
die erg gedisciplineerd zijn, hebben baat bij het
advies om toch te proberen ontspannen om te
gaan met de voeding van hun kind. Probeer
ouders bij te brengen dat ze zich niet al te
schuldig hoeven te voelen als er eens iets mis
gaat met de dosering insuline. Natuurlijk kan het
ernstige gevolgen hebben als de bloed suikerspiegel
standaard niet goed wordt gereguleerd,
maar het is niet meteen funest als dat eens een
keertje gebeurt.
Kinderen en ouders : ze zijn er in alle soorten en
maten. En dus zijn er ook veel verschillen in de
manier waarop zij met de ziekte diabetes
omgaan.