Hypo- en hyperglycemie

« Retour aux actualités et événements
Vingerprik

Hypo- en hyperglycemie

Eén van de doelstellingen van het Hippo & Friends type 1 diabetesfonds is de levenskwaliteit verhogen van personen met type 1 diabetes. Met dit eerste artikel over hypo- en hyperglycemie starten we met het delen van belangrijke informatie voor personen met type 1 diabetes, maar ook voor de algemene bevolking. Het behandelen van type 1 diabetes is dus niet “enkel een spuitje” zetten, er komt heel wat meer bij kijken.

Doorheen het jaar zullen meerdere artikels verschijnen, zullen we Zoom Live sessies uitzenden, en starten we met de lancering van podcasts over type 1 diabetes. Samen werken we aan educatie en meer bewustwording rond type 1 diabetes.

Hypoglycemie of een te lage bloedsuikerwaarde

We spreken van hypoglycemie of een te lage bloedsuikerspiegel onder de 60 mg/dl en het optreden van enkele vervelende symptomen.

Hypo

De meest voorkomende symptomen zijn:

  • Zweten;
  • Beven;
  • Plotse, hevige honger;
  • Geeuwen;
  • Troebel zicht;
  • Hoofdpijn;
  • Hartkloppingen;
  • Wisselend humeur;
  • Bleekheid;
  • Concentratiestoornissen;
  • Niet adequaat reageren.

Hoe reageer je hierop?

  1. Stop met je activiteiten als je symptomen van een ‘hypo’ voelt;
  2. Meet je bloedsuikerwaarde met een vingerprik en indien die lager is dan 60 mg/dl, neem je best 10 gram snelle suikers: vb. 3 tabletjes druivensuiker of een half glas suikerhoudende frisdrank;
  3. Meet na 15 minuten opnieuw je bloedsuikerwaarde en indien deze nog steeds lager is dan 60 mg/dl, neem je opnieuw 10 gram snelle suikers. Indien je een waarde tussen de 60 en 80 mg/dl meet en je nog een activiteit gepland hebt, neem je best nog extra trage suikers zoals een stuk fruit of een droge koek.

De ene persoon ervaart een hypo rond 65 mg/dl, de andere bij 55 mg/dl. Het kan zelfs zijn dat mensen het gevoel van een ‘hypo’ krijgen bij bloedsuikerwaarden tussen 80 en 100 mg/dl. Dit zie je vooral bij personen die een lange tijd hoge bloedsuikerwaarden hebben gehad en dus minder goed geregeld staan. Dat noemen we pseudo-hypoglycemie of een hypogevoel.

Wanneer je gebruik maakt van een glucosesensor spreken we van een hypo vanaf een waarde van 90 mg/dl met een sterk dalende trendpijl. Dit komt omdat de waarden van een sensor ongeveer 15 minuten achterlopen op de vingerprik. Dus als je glucosesensor 90 mg/dl aangeeft met een sterk dalende trendpijl, kan het dus zijn dat een vingerprik een waarde van 60 mg/dl aangeeft en je dus al een ‘hypo’ hebt.

Wat als iemand met een hypo in een coma dreigt te geraken?

Als de persoon nog bij bewustzijn is, maar niet meer adequaat kan reageren, laat je deze zo snel mogelijk snelle suikers innemen (vb. 4 tabletjes druivensuiker of een half glas suikerhoudende frisdrank). Indien de persoon in kwestie niet meer helder of niet meer bij bewustzijn is, is het gevaarlijk om hem voedsel of drank te geven. Hier bestaat het risico dat hij zich verslikt en zo gevaar loopt op een longontsteking. In dit geval moet er glucagon toegediend worden. Dit kan in de vorm van een glucagonspuit of via een neusspray (Baqsimi). 

Hyperglycemie of een te hoge bloedsuikerwaarde

We spreken van hyperglycemie vanaf een waarde van 250 mg/dl. Een éénmalige hoge bloedsuikerwaarde is geen reden tot paniek, maar als je merkt dat je langdurig bloedsuikerwaarden van boven de 250 mg/dl hebt, dan neem je best contact op met je behandelde arts of diabetesteam.

Langdurige (extreem) hoge waarden kunnen aanleiding geven tot volgende symptomen:

  • Droge mond;Hyper
  • Veel plassen;
  • Veel drinken;
  • Plakkerige tong;
  • Vermoeidheid;
  • Verlies van eetlust, misselijkheid en braken;
  • Vermageren zonder reden.

Hoe reageer je hierop?

  1. Drink veel water;
  2. Controleer regelmatig je bloedsuikergehalte;
  3. Gebruik je insuline, dan dien je extra insuline toe te dienen volgens het advies van je behandelde arts of diabetesteam;
  4. Gebruik je orale medicatie, neem dan bij steeds stijgende bloedsuikerwaarden contact op met je arts;
  5. Bij ziekte, misselijkheid en/of braken, moet je je medicatie verder innemen. Indien dit niet lukt of indien je bloedsuikerwaarde hoog blijft, neem dan ook contact op met je arts of diabetesteam;
  6. Spoor de oorzaak op en probeer die aan te pakken.
© foto's dienst communicatie UZ Leuven

19/07/2022